Oke, ik geef het toe: de titel van deze pagina is geïnspireerd door Dick Annegarn, een in Den Haag geboren zanger die in Frankrijk en België zeer geliefd is. Brussel dus…
Hoewel vaak aangeduid als Brussel spreekt men officieel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG), in het Frans la Region Bruxelles Capitale. Dit gebied vormt sinds 1989 het derde Belgisch gewest naast Vlaanderen en Wallonië en heeft net als die twee een eigen regering met verregaande bevoegdheden. Waarom men het in de volksmond Brussel noemt, is een beetje hetzelfde als de naam Holland voor wat officieel Nederland heet: het is voor het grote publiek nu eenmaal beter bekend onder die naam.
De agglomeratie
Om de situatie beter te begrijpen is het misschien verstandig eerst wat uitleg te geven over de geschiedenis van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG). Dat bestaat naast de stad Brussel uit 18 zelfstandige randgemeenten, met de Franstalige namen tussen haakjes: Anderlecht, Elsene (Ixelles) , Etterbeek, Evere (hier bevindt zich het NATO-hoofdkwartier), Ganshoren, Jette, Koekelberg, Oudergem (Auderghem), Schaarbeek (Schaerbeek), Sint-Agatha-Berchem (Berchem-Sainte-Agathe), Sint-Gillis (Saint-Gilles), Sint-Jans-Molenbeek (Molenbeek-Saint-Jean), ook wel kortweg Molenbeek genoemd, Sint-Joost-Ten-Node (Saint-Josse-Ten-Noode), Sint-Lambrechts-Woluwe (Woluwe-Saint-Lambert), Sint-Pieters-Woluwe (Woluwe-Saint-Pierre), Ukkel (Uccle), Vorst (Forest) en Watermaal-Bosvoorde (Watermael-Boitsfort).
Wat bij het eerste bezoek aan het BHG opvalt zijn de straatnaambordjes. Deze zijn zowel in het Frans als het Nederlands. Uitzondering hierop vormen de bordjes in het Brussels dialect die je terugvindt in de volkswijk, de Marollen. De reden hiervan is dat het gebied het enige officieel tweetalige van België vormt, hoewel er nog altijd het meest Frans wordt gesproken.

Straatnaambord met Brussels dialect in de Marollen (hoek Pieremansstraat / Hoogstraat)